Bij de keuze voor een vorm van samenwerking is onze voorkeur het publieke belang via het publiek recht te behartigen. De Wgr maakt dit mogelijk voor samenwerking tussen gemeenten, maar ook voor samenwerking tussen provincies, waterschappen en combinaties van deze drie categorieën. Daarnaast biedt de Wgr een aantal waarborgen rondom democratische controle en verantwoording, die de privaatrechtelijke varianten niet vanzelfsprekend met zich meebrengen. Publiekrechtelijke samenwerking kan ook nadelen met zich meebrengen. Ten opzichte van privaatrechtelijke samenwerking zal vaak sprake zijn van langere besluitvormingstrajecten. Tevens kan de invloed bij de samenwerking met bijvoorbeeld meerdere andere gemeenten beperkt zijn. Niettemin heeft publiekrechtelijke samenwerking onze voorkeur, omdat de democratische controle en -verantwoording de doorslag geven in de afweging van voor- en nadelen.
De benadering voor privaatrechtelijke samenwerkingsvormen is omgekeerd. In algemene zin kan worden gesteld dat dit een vorm is waaraan niet moet worden deelgenomen, tenzij – zoals de gemeentewet ook aangeeft 10 Gemeentewet, art. 160, lid 2 – er bijzondere redenen zijn die een uitzondering op deze regel rechtvaardigen. Zwaarwegende argumenten zijn meerwaarde, slagvaardigheid, efficiëntiewinst en effectiviteit. Belangrijkste reden om hier terughoudend in te zijn is de vermenging van functies die zowel in persoon als qua belang optreden. Er is immers veelal sprake van vermenging van publieke en particuliere belangen. Een gemeentebestuurder, die tevens aandeelhouder is bij een NV kan voor keuzes komen te staan, die goed zijn voor de NV, maar niet goed uitpakken voor de gemeente. Daarnaast zijn de mogelijkheden van borging van publieke belangen en democratische controle beperkter dan bij publiekrechtelijke samenwerking. Hier past dus een grote mate van terughoudendheid die is te duiden als een grondhouding van: “nee, tenzij…..” er bijzondere redenen zijn om van de regel af te wijken. Per geval zal steeds een gedetailleerde afweging gemaakt moeten worden.
Zoals eerder aangegeven, is het van belang om de conclusies naar aanleiding van de hiervoor genoemde aandachtspunten goed gedocumenteerd vast te leggen en daarover ook goede afspraken te maken met de andere contractpartners. Niet alleen in de voorbereiding en de besluitvormingsfase, maar ook achteraf moet voor alle betrokkenen glashelder zijn vanuit welke overwegingen tot samenwerking is besloten en welke verdere afspraken daarbij zijn gemaakt.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.4.3.
In welke vorm gaan we samenwerken?
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland houdende regels omtrent Beleidskader verbonden partijen 2019