Om de prestaties van verbonden partijen en de eventuele risico’s te kunnen beoordelen, is goede informatie nodig, die aansluit bij de informatie van gemeenten over hun eigen taakuitvoering en de daaraan verbonden risico’s. In beginsel gelden de regels van het BBV met betrekking tot de informatieverschaffing ook voor gemeenschappelijke regelingen met een rechtspersoonlijkheid. De begroting moet helder zijn ingericht en een adequate toelichting bevatten. Dat betekent dat gemeenschappelijke regelingen informatie moeten opnemen in hun begrotings- en verantwoordingsdocumenten, die overeenkomt met de wijze waarop de gemeente dat moet doen als wij de desbetreffen-de taak zelf zouden uitvoeren. Ook private partijen moeten een eenduidig inzicht geven in de beleidsresultaten en de beleids- en financiële risico’s.
Verbonden partijen staan echter op afstand van de gemeente. Goede informatievoorziening en effectieve beïnvloedingsmogelijkheden zijn daardoor minder vanzelfsprekend dan bij beleidsuitvoering in eigen beheer. Daarnaast kunnen verbonden partijen een eigen visie hebben op de wijze waarop zij hun doelstellingen realiseren en andere prioriteiten stellen dan de gemeente wenst. Bij de aansturing van een verbonden partij is het van belang dat:
afspraken worden vastgelegd (bijvoorbeeld in overeenkomsten, statuten of indien van toepassing in een gemeenschappelijke regeling);
afspraken worden gemaakt over de frequentie en inhoud van de verantwoordingsinformatie (met aandacht voor de meetbaarheid ervan);
we ons realiseren dat andere partijen die betrokken zijn bij de verbonden partij andere belangen kunnen hebben naast het gezamenlijk belang.
De Wet gemeenschappelijke regelingen bevat de volgende bepalingen, die de positie van de gemeenteraden versterken:
de algemene en financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar moeten uiterlijk voor 15 april aangeboden worden aan de raden van de deelnemende gemeenten;
de jaarrekening, met verslag van de accountant, moet eveneens uiterlijk voor 15 april worden aangeboden aan de raden;
de termijn waarbinnen de raad een zienswijze kan indienen op de ontwerpbegroting van een samenwerkingsverband bedraagt acht weken. De vastgestelde begroting van het samenwerkingsverband moet daarom uiterlijk op 1 augustus toegezonden worden aan de provincie;
lokale rekenkamers en rekenkamercommissies hebben mogelijkheden om onderzoek te doen naar samenwerkingsverbanden die krachtens de Wgr zijn ingesteld. Daarnaast kan een rekenkamer(commissie) een onderzoek instellen naar private samenwerkingsverbanden zodra het belang van alle deelnemende gemeenten de grens van 50% overschrijdt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.
Informatievoorziening door de verbonden partij
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Dinkelland houdende regels omtrent Beleidskader verbonden partijen 2019