Naar hoofdinhoud
Lid 1 Het college kan de nevenwerkzaamheden alleen verbieden indien door het verrichten van de werkzaamheden of het uitoefenen van het bedrijf het goed vervullen van de functie of het goed functioneren van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met de functievervulling, niet in redelijkheid is verzekerd. Lid 2 Indien het college van mening is dat de geregistreerde nevenwerkzaamheden in strijd zijn met artikel 15:1e CAR ontvangt de medewerker een gemotiveerd besluit omtrent een verbod op deze nevenwerkzaamheden. Lid 3 De medewerker beëindigd met onmiddellijke ingang de nevenwerkzaamheden. Lid 4 Bij voorgezette vervulling van verboden nevenwerkzaamheden kan een disciplinaire straf worden opgelegd. Lid 5 Het college kan, in plaats van het gestelde in lid 1, nadere afspraken maken met de medewerker of beperkingen opleggen aan de medewerker, zodanig dat de mogelijkheid van belangenverstrengeling zich niet meer voordoet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel