1. Een inwoner doet aan het college op verzoek, of direct uit eigen beweging, mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over het gebruik maken van een bepaalde voorziening.
2. In aanvulling op artikel 8.1.4 van de Jeugdwet en op basis van artikel 2.3.10 van de Wmo, kan het college een beslissing over een maatwerkvoorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:
de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;
de inwoner niet langer op de maatwerkvoorziening is aangewezen;
de maatwerkvoorziening niet langer toereikend is;
de inwoner niet langer voldoet aan de voorwaarden van de maatwerkvoorziening, waaronder de voorwaarden voor kwalitatief goede ondersteuning;
de inwoner de maatwerkvoorziening niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor het bestemd is.
3. Als het college een beslissing op grond van het tweede lid onder a heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van degene(n) die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft/hebben verschaft, geheel of gedeeltelijk de geldwaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening.
4. Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen 6 maanden na uitbetaling, of binnen de termijn waarvoor het is toegekend, niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.
5. In geval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden ingenomen en kan de toekenning worden beëindigd.
Hoofdstuk 2
Artikel 14
Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
Onderdeel van Gemeente Heusden - Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2019 (Wmo en Jeugd)