Naar hoofdinhoud
1. Een inwoner kan een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn: voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb; voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde onafhankelijke cliëntondersteuning. 2. De bijdrage in de kosten overstijgt niet de kostprijs van de voorziening. 3. De bijdrage in de kosten is verschuldigd zolang de inwoner gebruik maakt van de maatwerkvoorziening of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt en is afhankelijk van het inkomen en vermogen van de inwoner en zijn of haar echtgenoot. 4. De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 5. Inwoners met een inkomen waarmee zij in aanmerking komen voor de HeusdenPas, worden vrijgesteld van een eigen bijdrage. 6. Het college bepaalt bij nadere regeling: voor welke maatwerkvoorzieningen de inwoner een bijdrage verschuldigd is; door welke andere instantie dan het CAK in de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid van de Wmo, de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb worden vastgesteld en geïnd. 7. Het college kan bij nadere regeling bepalen: voor welke algemene voorzieningen de inwoner een bijdrage verschuldigd is; wat per soort algemene voorziening de hoogte van deze bijdrage is; voor welke groep personen op de bijdrage voor een algemene voorziening een korting geldt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel