Deze beleidsregel heeft betrekking op de in artikel 13b Opiumwet genoemde bevoegdheid van de burgemeester tot het sluiten van woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven bij constatering van verkoop, aflevering of verstrekking, dan wel aanwezig zijn van verdovende middelen en/of het voorhanden hebben van voorwerpen en/of stoffen die bestemd zijn voor de productie van harddrugs of grootschalige/bedrijfsmatige hennepteelt vanuit woningen of lokalen en daarbij behorende erven.