Naar hoofdinhoud
Bij de beoordeling van een verzoek om mee te werken aan een (bouw)plan dat dat valt onder de kruimelprojecten zijn twee vragen van belang: Wat is het ruimtelijke effect van het plan? Wat is het belang van de aanvrager voor het plan, wat is de achtergrond daarbij? Het antwoord op deze twee vragen kan zijn: Het plan is zonder meer ruimtelijk inpasbaar; Het plan is ruimtelijk inpasbaar, mits; Het plan is niet of moeilijk ruimtelijk inpasbaar, maar er is toch een reden om mee te werken; Het plan is niet ruimtelijk inpasbaar en er is geen reden om mee te werken. Ad 1 Het plan is zonder meer ruimtelijk inpasbaar Plannen die zonder meer ruimtelijk inpasbaar zijn, hadden ook met direct recht mogelijk kunnen zijn. Ze worden bijvoorbeeld beperkt door de standaardisering van bestemmingsplannen en de keuze voor een ‘veilige’, consoliderende bestemming. Deze ruimtelijke plannen vragen eigenlijk geen bijzondere afweging, storen niemand en hebben geen enkel (negatief) effect op de ruimtelijke situatie op dit moment noch op een mogelijke situatie in de toekomst. De op te nemen eisen bij de medewerking zijn niet wezenlijk anders dan bij plannen op deze locatie die met direct recht mogelijk zijn. Ad 2 Het plan is ruimtelijk inpasbaar, mits Voor diverse (bouw)plannen geldt dat ze onder specifieke voorwaarden passend te maken zijn: een ‘ja, mitsbenadering’. Denk aan het uitvoeren van een bouwplan met een specifiek materiaal, met een bepaalde openheid in de constructie, het plaatsen van beplanting op / voor het plan etc. Voor deze eisen geldt dat ze via direct recht niet opgenomen kunnen worden, maar bij een afwijking wel. Denk bijvoorbeeld aan bepaalde uitbouwen op hoekpercelen, overkappingen vóór de woning, erfafscheidingen etc. Ad 3 Het plan is niet of moeilijk ruimtelijk inpasbaar, maar er is toch een reden om mee te werken Voor sommige plannen geldt dat ze gezien vanuit optiek van ruimtelijke kwaliteit (ontwerp) niet goed passen. Dan kunnen er nog altijd redenen zijn om wél mee te werken. Alle argumenten bij de aanvraag en de afweging spelen daarbij een rol. Denk aan bekende sectorale argumenten vanuit het milieu, ecologie of verkeer, maar ook zwaarwegende persoonlijke redenen die een rol spelen bij het plan. Voor deze categorie plannen geldt dat in afwijking van de regulier mandaatregeling een bestuurlijk geborgd besluit aan het college van burgemeester en wethouders zal worden gevraagd. Ad 4 Het plan is niet ruimtelijk inpasbaar en er is geen reden om mee te werken Voor de laatste type (bouw)plannen geldt dat ze vanuit ruimtelijke ontwerpoverwegingen niet goed passen op een locatie en er voorts géén reden is om toch mee te werken.

Rechtspraak bij dit artikel