Op basis van de collectieve ziektekostenverzekering wordt aan cliënten met een Participatiewet-uitkering en aan overige minima (met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm) een collectieve ziektekostenverzekering aangeboden. Degenen die hiervan gebruik maken zijn tegen een gereduceerd tarief zowel regulier als aanvullend verzekerd tegen ziektekosten.
Indien de belanghebbende niet gekozen heeft voor aansluiting bij de collectieve
zorgverzekering maar zich elders heeft verzekerd, komt hij niet voor bijstandverlening voor medische kosten in aanmerking, die door de afgesloten collectieve verzekering wel zouden worden vergoed.
Indien geen aanvullende verzekering is afgesloten uitsluitend ter besparing van premiekosten, dient de aanvraag in beginsel te worden afgewezen (bij 100% vergoeding vanuit de collectieve zorgverzekering). Hiermee wordt aangesloten bij geldende jurisprudentie (CRvB10–01-2012, nr. 11/2185 WWB e.a.). De achterliggende gedachte is dat men bewust een risico heeft genomen om medische kosten niet te verzekeren, daarmee premievoordeel heeft ten opzichte van anderen die wel aanvullend verzekerd zijn en daarom dit risico niet op de maatschappij kunnen afwentelen.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.4.2.