De periode waarover de draagkracht geldt, de draagkrachtperiode, is in beginsel een jaar en wordt vastgesteld vanaf het moment dat de kosten zijn gemaakt en maximaal drie maanden met terugwerkende kracht. Het meetmoment voor de berekening van de draagkrachtperiode wordt vastgesteld per de eerste van de maand waarin de kosten zich voordoen.
Bijzondere bijstand kan met terugwerkende kracht worden aangevraagd tot drie maanden voorafgaand aan de maand waarin de kosten zijn gemaakt. Wanneer de gemaakte kosten meer dan drie maanden geleden zijn gemaakt, is geen bijstand meer mogelijk.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.3.1