Naar hoofdinhoud
Bij de beoordeling van het recht op bijzondere bijstand worden inkomsten op grond van artikel 31 lid 2 sub o Participatiewet en inkomsten op grond van artikel 33 lid 5 van de Participatiewet buiten beschouwing gelaten. Inkomsten uit arbeid van ten laste komende kinderen (artikel 31 lid 2 onderdeel h Participatiewet) worden dus alleen vrijgelaten, indien het bijzondere bijstand betreft voor een ander in de bijstand begrepen persoon dan het minderjarig kind met inkomsten uit arbeid. Betreft het een aanvraag voor het minderjarige kind zelf dan moeten deze inkomsten wel worden meegenomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel