Naar hoofdinhoud
De kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten. Indien de betreffende kosten voorzienbaar waren, versterkt dit het argument dat belanghebbende wordt geacht hiervoor te reserveren. Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan er van deze regel worden afgeweken. In dat geval wordt bijzondere bijstand verleend, ook als dit bijstand betekent in aanvulling op een voorliggende voorziening. Het feit dat belanghebbende wegens schulden niet heeft kunnen reserveren is op zich nog geen bijzondere omstandigheid. De volgende omstandigheden kunnen mogelijk wel als bijzonder worden aangemerkt: Bij een noodzakelijke verhuizing. Als noodzakelijke verhuizing wordt aangemerkt een verhuizing die het gevolg is van een verhuisverplichting in verband met de verstrekking van een woonkostentoeslag (WKT; zie ook B7.17.2). Gelet op de voor verhuizing aanwezige hoge woonlasten in combinatie met de relatief korte periode waarbinnen de verhuizing moet plaatsvinden kan onvoldoende worden gereserveerd voor de noodzakelijke stoffering van deze nieuwe woning. Zie tabel 9 van de NIBUD–Prijzengids voor de kostensoorten die worden begrepen onder stoffering. Zie in dit verband ook onderdeel 6 van deze paragraaf voor de verhuiskosten zelf. In beginsel wordt er vanuit gegaan dat in de rest van de inrichting reeds is voorzien. Bij een eerste huisvestiging na het verlaten van een AZC. Gelet op het eerder genoten zak- en kleedgeld vanuit het COA was er geen ruimte om te kunnen reserveren voor de kosten van een complete woninginrichting. Indien belanghebbende recht heeft op een individuele inkomens toeslag (zie paragraaf B8.2) is er niet langer meer sprake van een bijzondere omstandigheid ten aanzien van het niet meer kunnen reserveren.

Rechtspraak bij dit artikel