1e huur, administratiekosten en waarborgsom
Voor de 1e maandhuur (van de lopende maand) en de administratiekosten wordt bijzondere bijstand om niet verstrekt, tenzij men had kunnen reserveren voor deze kosten. Wanneer had men kunnen reserveren? Wanneer men ruimschoots van te voren wist dat men zou gaan verhuizen en men voldoende middelen had om voor deze kosten te kunnen reserveren. Dit laatste is weer afhankelijk van de financiële situatie van betrokkene. Wanneer betrokkene kan aantonen dat de aflossingscapaciteit al is aangewend voor het betalen van schulden, kan worden gesteld dat er geen aflossingscapaciteit is geweest, voor zover deze schulden niet zijn ontstaan door ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid.
Wanneer men wel heeft kunnen reserveren en men heeft dit nagelaten, dan kan er een leenbijstand worden toegekend voor deze kosten o.g.v. artikel 48, lid 2 onderdeel b Participatiewet (ongenoegzaam besef van verantwoordelijkheid). De aflossingsverplichting bedraagt 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
Het vorenstaande is ook van toepassing in het geval men met dubbele huur wordt geconfronteerd bij een verhuizing.
Wanneer men in de loop van de maand een woning aanvaardt krijgt men geen huurtoeslag. Wel is het mogelijk om eventueel woonkostentoeslag te verstrekken. In dat geval wordt de woonkostentoeslag niet aan betrokkene uitbetaald, maar als aflossing in mindering gebracht op de verstrekte leenbijstand. Wanneer de bijstand om niet wordt verstrekt, is een woonkostentoeslag natuurlijk niet aan de orde.
Voor de waarborgsom wordt nooit bijzondere bijstand om niet verstrekt, omdat men de waarborgsom altijd weer terugkrijgt op het moment dat men de woning verlaat en deze netjes achterlaat. Hiervoor kan o.g.v. artikel 48, lid 2 onderdeel c Participatiewet een leenbijstand worden verstrekt.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3.2.