De betaling van vaste lasten, zoals woonlasten, behoort tot de algemene kosten van het dagelijks
bestaan. Bijstandsverlening is hier in beginsel niet voor mogelijk, daar de norm geacht wordt
voldoende te zijn om te kunnen voorzien in deze kosten.
Het is echter mogelijk dat iemand te maken krijgt met een scherpe inkomensdaling, maar daardoor
zijn vaste woonlasten voor de eigen woning niet meer kan voldoen. Dit kan zijn omdat de hypotheek
(en eventuele verplichte aflossing dan wel verzekering) berekend zijn op een hoger inkomen per
maand en niet passen bij een bijstandsnorm. Om te voorkomen dat iemand noodgedwongen het huis
moet verlaten, kan het college ervoor kiezen om gedurende een periode van maximaal 1 jaar voor de
woonkosten bijstand te verlenen. Daarna wordt zal het college moeten beoordelen of belanghebbende
zich voldoende heeft ingespannen om lagere woonkosten te krijgen.
Vanzelfsprekend gaat het hier om een woning waar de eigenaar ook daadwerkelijk woont en niet om een 2e (of 3e) woning.
De woonkosten van eigenaren die in aanmerking komen voor woonkostentoeslag zijn:
De rente die verband houdt met de woning.
Het gaat hier meestal om hypotheekrente. Het is niet van belang of de eigenaar de hypotheekrente ook daadwerkelijk betaalt. Verder geldt dat jaarlijks te ontvangen rijkssubsidie die betrekking heeft op de verschuldigde hypotheekrente hierop in mindering moet worden gebracht.
Hypotheekrente voor leningen anders dan voor de woning, bijvoorbeeld voor een auto of caravan, mogen niet worden meegeteld.
De aflossing van de hypotheek telt niet mee, dit geldt dus ook voor de premies van zogenaamde spaarhypotheken.
Zakelijke lasten in verband met het hebben van eigendom, zoals:
rioolrechten;
eigenaarsdeel waterschapslasten;
erfpachtcanon;
premies van verzekeringen tegen brand– en stormschade (alleen voor de opstallen);
eigenaarsdeel onroerende zaakbelasting (dus niet het gebruikersdeel).
Een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud
Alleen kosten van groot onderhoud komen in aanmerking voor woonkostentoeslag. Bedoeld zijn de onderhoudskosten die in geval van bewoning van een huurhuis voor rekening van de verhuurder komen (bijvoorbeeld buitenschilderwerk).
Kosten van klein onderhoud moeten worden voldaan uit de bijstandsnorm of het daarmee vergelijkbare inkomen. Voor kosten van ingrijpende reparaties moet afzonderlijk bijstand worden verleend.
Als richtlijn voor de kosten van groot onderhoud gelden de bedragen die zijn opgenomen in het actuele overzicht van normen en bedragen. Deze bedragen zijn door het ministerie van VROM vastgesteld. Afwijking van deze bedragen kan alleen in bijzondere omstandigheden. Niet als een bijzondere omstandigheid kan gelden dat de betrokkene een zeer grote woning bewoont en derhalve hogere onderhoudskosten heeft. De bovengemiddelde kosten zijn niet-noodzakelijk en komen daarom niet in aanmerking voor bijstandsverlening.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.5.2.