De noodzaak voor het bezoeken van een gedetineerde wordt aanwezig geacht indien:
De gedetineerde behoort tot het gezin (zie paragraaf B1.8) van belanghebbende, en;
De gedetineerde verblijft in een Huis van Bewaring of in een gesloten inrichting (= geen recht op verlof), en;
De inrichting buiten de gemeente, maar binnen Nederland is gelegen (zie ook paragraaf B3.2 onderdeel 2.3; indien de inrichting buiten Nederland is gelegen worden de reiskosten tot de grens vergoed op basis van de tarieven voor openbaar vervoer).
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1.3.