Er is géén specifiek beleid geformuleerd, waardoor bijstandverlening in beginsel niet mogelijk is.
Eventuele specifieke kosten van een belanghebbende die een zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent
worden als algemeen gebruikelijke kosten van bestaan van een zelfstandig ondernemer beschouwd.
Overgangsbepaling 2019
Voor de inwoners die jaarlijks structurele bijzondere bijstand ontvingen voor bepaalde kosten (waarbij sprake is van buitenwettelijk begunstigend beleid dat vanaf 2019 niet meer van toepassing is) , geldt in 2019 een overgangsmaatregel. Deze personen kunnen in 2019 tot uiterlijk 1 januari 2020 bijzondere bijstand voor deze structurele kosten aanvragen voor zover men geen draagkracht heeft. Deze bepaling geldt niet voor incidentele eenmalige kosten. Hiervoor is geen bijzondere bijstand meer mogelijk.
De overgangsmaatregel geldt o.a. voor de volgende structurele kosten:
Eigen bijdrage Wmo-voorzieningen waaronder huishoudelijke hulp,
Maaltijdvoorziening
Regeling duurzame gebruiksgoederen (zie hierna)
Overgangsmaatregel voor de regeling duurzame gebruiksgoederen
De gemeente Westervoort kent een regeling bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen waarbij men maximaal € 900,00 in 3 jaar kan ontvangen voor vervanging of reparatie van duurzame gebruiksgoederen. Hiervoor moeten nota’s worden overlegd.
Voor degenen die een beschikking voor deze aparte regeling hebben ontvangen geldt dat zij hiervan gebruik kunnen maken tot de 3 jaartermijn is verstreken. In 2019 kan men nog een aanvraag hiervoor indienen.
Het is de bedoeling dat deze regeling in een andere vorm bij het minimabeleid wordt betrokken. In 2019 vindt een herijking van het minimabeleid plaats. Zodra het nieuwe minimabeleid is vastgesteld, vervalt deze regeling voor duurzame gebruiksgoederen via de bijzondere bijstand.
Overgangsmaatregel voor draagkrachtruimte vanaf 120% van de bijstandsnorm
Voor de periode tot en met 31 december 2019 geldt een overgangstermijn voor het berekenen van de draagkracht. Er wordt in deze periode van draagkracht gesproken bij een inkomen boven de 120% van de bijstandsnorm. Vanaf dit inkomen wordt 30% als draagkracht beschouwd gedurende deze overgangstermijn. Vanaf 1 januari 2020 wordt de draagkracht bepaald zoals in deze beleidsregels is vastgelegd vanaf 100% van de bijstandsnorm en met de in paragraaf 1.2. genoemde draagkrachtpercentages.
Hoofdstuk 9.7.
Artikel 9.10.1.