Middelen van de overledene om een uitvaart te bekostigen zijn:
verzekeringen op het leven, zoals begrafenis– en levensverzekeringen, ongevallenverzekering;
lidmaatschap van een speciale vereniging, bijv. crematievereniging;
spaargelden, waaronder ook het "vrij te laten bescheiden vermogen";
nalatenschap;
een in een depositofonds gestort bedrag met als enige bestemming de betaling van uitvaartkosten van de storter en eventuele partner.
Hoofdstuk 9.7.
Artikel 9.8.2.1.