Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 13

Samenstelling gemeenschappelijk orgaan

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten regio West-Kennemerland

1.. Elk van de colleges van de deelnemende gemeenten wijst uit zijn midden één lid aan, die hem in het gemeenschappelijk orgaan vertegenwoordigt, alsmede voor elk lid een plaatsvervangend lid, dat het lid bij verhindering vervangt. 2.. Het lidmaatschap van het gemeenschappelijk orgaan eindigt van rechtswege zodra men ophoudt burgemeester of wethouder van de desbetreffende deelnemende gemeente te zijn. 3.. Indien tussentijds een plaats van een lid van het gemeenschappelijk orgaan vacant wordt, wijst het college van de deelnemende gemeente die het aangaat, in zijn eerstvolgende vergadering, of zo dit niet mogelijk is ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan. 4.. Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het gemeenschappelijk orgaan wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 5.. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan de deelnemende gemeente die het aangaat. De betreffende deelnemende gemeente doet mededeling van het ontslag aan het gemeenschappelijk orgaan. Het lid houdt zitting in het gemeenschappelijk orgaan totdat in de opvolging is voorzien. 6.. Een lid van het gemeenschappelijk orgaan dat niet langer het vertrouwen geniet van het college dat hem heeft aangewezen, kan door het college worden ontslagen. In dat geval draagt het college er zorg voor dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen.

Rechtspraak bij dit artikel