Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 23

Algemene financiële bepalingen en begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten regio West-Kennemerland

1.. Het gemeenschappelijk orgaan stelt de begroting vast uiterlijk 1 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt. 2.. Het gemeenschappelijk orgaan zendt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting uiterlijk op 15 april toe aan de deelnemende gemeenten samen met een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 3.. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar waarop de begroting betrekking heeft. 4.. In de begroting is het onderscheid van de drie verschillende percelen aangebracht. 5.. In de begroting zijn, per perceel, de salariskosten plus werkgeverslasten, uitvoeringskosten en overige kosten vermeld, met daarbij, per perceel aangegeven, de wijze waarop de in het derde lid van dit artikel genoemde bijdrage is berekend en vastgesteld. 6.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 7.. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het gemeenschappelijk orgaan hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het gemeenschappelijk orgaan voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, 8.. Indien het gemeenschappelijk orgaan afwijkt van de zienswijzen van de deelnemende gemeenten, zendt het de vastgestelde begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen Gedeputeerde Staten van hun zienswijze op de hoogte brengen. 9.. Het gemeenschappelijk orgaan zendt jaarlijks de vastgestelde begroting met toelichting uiterlijk 1 augustus toe aan Gedeputeerde Staten. 10.. De deelnemende gemeenten betalen jaarlijks de bijdrage als bedoeld in het derde lid van dit artikel. 11.. Indien er sprake is van een afwijking van meer dan 10% het dan geldende begrotingskader inclusief indexering, waaraan de deelnemende gemeenten eerder hun goedkeuring hebben gegeven, dan wordt de conceptbegroting bij iedere gemeente afzonderlijk voorgelegd ter besluitvorming. Zodra iedere gemeente afzonderlijk een besluit heeft genomen zijn de bepalingen van dit artikel mede van toepassing op wijziging van de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel