In afwijking van het bepaalde in artikel 2 wordt op verzoek van de
belastingplichtige de belasting geheven in de vorm van een
jaarlijkse belasting gedurende:
5 jaren bij een belastingbedrag van €
1.500,00
6 jaren bij een belastingbedrag van €
1.950,00
7 jaren bij een belastingbedrag van €
2.400,00.
Het verzoek genoemd in het eerste lid dient binnen zes weken na de
dagtekening van de aanslag schriftelijk bij de in artikel 231,
tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde
gemeenteambtenaar te worden ingediend.
Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.
De jaarlijkse belasting bedraagt:
bij een belastingbedrag van € 1.500,00 het vijfde
gedeelte hiervan.
bij een belastingbedrag van € 1.950,00 het zesde
gedeelte hiervan.
bij een belastingbedrag van € 2.400,00 het
zevende gedeelte hiervan.
De belasting over de nog niet verstreken belastingjaren kan elk jaar
worden afgekocht. De afkoopsom wordt bepaald op het totaal van de
aan het begin van het belastingjaar, waarin de afkoop plaats vindt,
nog te verschijnen belastingbedragen.
A. Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een
jaarlijkse heffing en de belastingplicht in de loop van het
belastingtijdvak als bedoeld in het eerste lid eindigt of wijzigt
als gevolg van het overdragen van eigendom, bezit of beperkt recht,
wordt de nieuwe genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt
recht, met ingang van het eerstvolgende belastingjaar een aanslag
ineens opgelegd voor de resterende belastingjaren van het
belastingtijdvak, berekend overeenkomstig het vierde lid van dit
artikel.
B. In afwijking van het bepaalde in onderdeel A, wordt op verzoek
van de in dat onderdeel bedoelde belastingplichtige de jaarlijkse heffing
overeenkomstig het eerste lid gecontinueerd. Het verzoek daartoe dient
binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag ingevolge onderdeel A,
schriftelijk bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de
Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar te worden ingediend.
7.Ingeval de belasting wordt geheven in de vorm van een jaarlijkse heffing
en in de loop van het belastingtijdvak de eigendom, het bezit of het beperkt
recht van een gedeelte van de onroerende zaak wordt overgedragen, wordt,
voor de verdeling van de resterende belastingschuld, de maatstaf van heffing
als bedoeld in artikel 4 voor de betreffende onroerende zaken opnieuw
vastgesteld voor de nog niet verstreken belastingjaren.
Artikel 6.
Regeling inzake heffing in de vorm van een jaarlijkse belasting
Onderdeel van Verordening Baatbelasting Riolering Buitengebied, Cluster 10, 1e wijziging