Naar hoofdinhoud
Stap 1: Goed gesprek Signalen of meldingen van woonoverlast kunnen de gemeente via diverse wegen bereiken. Omwonenden of anderen kunnen woonoverlast zelf rechtstreeks melden. Maar meldingen kunnen ook binnenkomen via buurtbemiddeling, politie, woningcorporatie, gemeentelijke bijzonder opsporingsambtenaren, sociaal team, spreekuur van het wijkteam, meldpunt Woonomgeving (RS8) of een van de samenwerkingspartners van de gemeente. Als eerste stap in de aanpak van woonoverlast wordt gecheckt welke stappen al genomen zijn, om de woonoverlast te stoppen. Is er door een of meerdere bij de woonoverlast betrokken partijen (wijkbeheerder, de wijkagent, de boa, het sociaal team) getracht in gesprek te gaan met de overlastgever(s) en de communicatie tussen de partijen te stimuleren? In eerste instantie worden eenvoudige interventies van het wijkteam ingezet. Bijvoorbeeld de inzet van Farent, verhurende partijen en/of ContourdeTwern. Ook de mogelijkheid van het inzetten van eventuele zorg of hulp kan aan de orde komen, bijvoorbeeld in het geval van schuldenproblematiek, psychische problemen, verslaving, vervuiling van de woning etc. De overlastgever kan in dit stadium laten zien geen zorgmijder te zijn door de aangeboden hulp te accepteren. In het geval van een zorgmijder wordt team bemoeizorg betrokken in de behandeling van de casuïstiek. Verder kunnen ook strafbare feiten gepleegd zijn waartegen de politie optreedt of strijd met wettelijke bepalingen waartegen de gemeente handhavend kan optreden, zoals hennepteelt, over bewoning of illegale kamerverhuur. Hulpverlening Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat hulpverlening geen standaard stap is in het proces van de aanpak van woningoverlast. In de aanpak van woonoverlast wordt hulpverlening ingezet in die casussen waarbij dit ook daadwerkelijk nodig is. Daar waar sprake is van een hulpvraag, moet er goede afstemming zijn tussen zorg en handhaving op vormen van woonoverlast zodat een juiste interventie kan worden ingericht. Deze afstemming vindt plaats in de sociale wijkteams. Bij het bepalen van de interventie van een (woon)overlastsituatie wordt rekening gehouden met de hulpvraag van de overlastgever. Als er naar oordeel van de partner(s) een hulpvraag is en de betrokken persoon openstaat voor hulpverlening kan de casus integraal in behandeling worden genomen in het sociaal wijkteam. Het sociaal wijkteam maakt een eerste inschatting van de casuïstiek en kan, indien indicering van zorg nodig is, opschalen naar het servicepunt. Acute gevallen van personen met verward gedrag, waarmee veelal de politie wordt geconfronteerd, worden afgehandeld via de richtlijn zoals uitgewerkt in het plan van aanpak ‘zorg voor personen met verward gedrag’. Zie ook 5.1.3 Maatregelen bij psychische of psychiatrische aandoening’ Stap 2: buurtbemiddeling Als stap 1 onvoldoende resultaat heeft opgeleverd kan buurtbemiddeling ingeschakeld worden. Buurtbemiddeling kan overlastsituaties door middel van mediation tussen beide partijen verminderen of zelfs helemaal oplossen. Een voorwaarde voor een geslaagde bemiddeling is dat beide partijen meewerken. Als buurtbemiddeling leidt tot een succesvol resultaat kan worden besloten om een casusverantwoordelijke aan te wijzen die de situatie monitort. Stap 3: Opschalen tot MDO Als buurtbemiddeling niet tot een oplossing heeft geleidt, wordt een MDO gepland met alle betrokken instanties. Tijdens dit overleg wordt een casusverantwoordelijke aangewezen. Dit wordt de partij die inhoudelijk de grootste betrokkenheid heeft of de partij die de oorspronkelijke melding heeft ontvangen. De overlastgever wordt door team veiligheid middels een brief geïnformeerd over het bespreken van de casus in een MDO en mogelijke vervolgstappen. Conform de AVG krijgt de overlastgever de mogelijkheid om een reactie te geven op het schrijven. Stap 4: Vaststelling ernstige woonoverlast & dossiervorming Als de woonoverlast voortduurt wordt de aanpak om de woonoverlast tegen te gaan vervolgd. Dit vervolg is afhankelijk van de situatie (maatwerk); moet hulpverlening worden betrokken? Is er sprake van een huur- of koopwoning? Wordt de woning verhuurd door een particuliere verhuurder? Deze situatie worden hier onderstaand nader toegelicht. Zie Artikel 2:79, lid 2, van de APV voor de definitie van ernstige en herhaaldelijke woonoverlast. Criteria voor de beoordeling van ernstige en herhaaldelijke woonoverlast, en mogelijke inzet van de bevoegdheden van artikel 2:79 APV zijn: De overlast is gerelateerd aan wonen, en levert ernstige verstoring van het woongenot; Er is sprake van regelmatige en herhaaldelijke overlast (tijdspad van minimaal 3 maanden); Er zijn meerdere klachten; De ernstige woonoverlast kan niet met andere instrumenten tot een einde worden gebracht (andere passende en minder ingrijpende instrumenten staan niet ter beschikking, zijn tevergeefs toegepast of niet toepasbaar); Voor deze afweging, en het vervolgtraject, is een gedegen dossier nodig, met beschrijving van o.a. Klachten, meldingen, concreet omschreven waarnemingen, registraties en (sfeer)rapportages van betrokken partners; Contactgegevens van betrokken bewoner(s), omwonenden en (professionele) partijen en instanties; Gespreksverslagen, beoordelingen en evaluaties en adviezen van bij de bestrijding van woonoverlast betrokken partijen; Correspondentie tussen (keten)partners en omwonenden; Waarschuwingsbrieven die door één of meerdere (keten)partners naar de overlastgever(s) is verstuurd; Foto’s , beeldmateriaal, geluidsopnames of de uitkomsten van bepaalde metingen; Brieven van hulpverlenende instanties, zoals GGZ, GGD, maatschappelijk werk en verslavingszorg, met inachtneming van privacywetgevingen. Deze dossiervorming wordt gecoördineerd door de overlastregisseur en na afronding overgedragen aan team veiligheid van de gemeente Loon op Zand. Team veiligheid van de gemeente Loon op Zand is verantwoordelijk voor de volgende stappen en bewaakt de (AVG) waarborgen die beschreven staan onder 8. stap 5: Inventarisatie en uitvoering (andere) interventies Na dossieropbouw (door de gemeente) wordt bekeken welke interventies of maatregelen kunnen worden ingezet om de geconstateerde ernstige woonoverlast te de-escaleren, normaliseren en te beëindigen. Hierbij rekening houdend met de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit én met de specifieke kenmerken van de casus. In dit stadium (in de aanpak ernstige woonoverlast) is de inzet van interventies op vrijwillige basis (aantoonbaar en vastgelegd in een dossier) een gepasseerd station, en worden gedwongen interventies ingezet. In bepaalde situaties kan een gesprek met de burgemeester ingezet worden, alvorens over te gaan tot gedwongen interventies. Daarbij geldt in beginsel een opbouw van licht naar zwaar. Een volgende interventie komt pas aan de orde indien de aanpak van de overlastsituatie met toepassing van andere wettelijke instrumenten niet mogelijk is of niet effectief is gebleken én een eerdere, minder ingrijpende interventiemaatregel niet tot het gewenste resultaat heeft geleid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel