Naar hoofdinhoud
Op grond van artikel 220 van de Gemeentewet kunnen gemeenten onroerende-zaakbelastingen (OZB) heffen. De OZB is een zogenaamde algemene belasting, er is geen relatie tussen de heffing en een bepaalde taak of verleende dienst van de gemeente. De opbrengsten van de OZB komen ten goede aan de algemene middelen. De OZB bestaan uit twee belastingen: een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. Belastingplichtigen eigenaren van woningen; eigenaren van niet-woningen; gebruikers van niet-woningen. Indien iemand zowel eigenaar als gebruiker is van een niet-woning, dan betaalt hij of zij beide belastingen. De grondslag voor de berekening van de OZB is de WOZ-waarde van de onroerende zaak. Deze wordt jaarlijks opnieuw bepaald. Het tarief van de OZB wordt uitgedrukt in een percentage van de WOZ-waarde. Voor iedere groep belastingplichtigen wordt een afzonderlijk tarief vastgesteld. De hoogte van het tarief leidt tot de opbrengst die in de begroting is vastgesteld. De beoogde opbrengst van de OZB per belastingplicht wordt eerst vastgesteld. Vervolgens wordt op basis van de totale WOZ-waarde van de belastingplicht het OZB-tarief berekend. De ontwikkeling van het OZB-tarief is dus naast de ontwikkeling van de OZB-opbrengst afhankelijk van de ontwikkeling van de vastgoedmarkt. Als de gemiddelde waarde op de vastgoedmarkt stijgt, leidt dit veelal tot een neerwaartse bijstelling van het OZB-tarief. Anders zou de OZB-opbrengst evenredig meestijgen. Andersom geldt hetzelfde. Een negatieve waardeontwikkeling van de vastgoedmarkt leidt veelal tot een verhoging van het OZB-tarief, om te voorkomen dat de OZB opbrengst daalt. De afgelopen 4 jaren werd in de meerjarenbegroting voor de OZB in de jaren 2015 en 2017 gerekend met een opbrengststijging gelijk aan het (geraamde) inflatiepercentage. In de jaren 2016 en 2018 is hiervan afgeweken. Voor deze jaren is bepaald dat de OZB opbrengsten voor die jaren gelijk moest blijven. Opbrengsten Voor de meerjarenbegroting 2019 – 2022 is gerekend met een jaarlijkse opbrengstfluctuatie gelijk aan de verwacht inflatiepercentage voor de betreffende jaren. In onderstaande tabel vindt u de geraamde opbrengsten 2019.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel