De tarieven zijn in principe niet gelimiteerd. Het Rijk heeft met ingang van 2008 de limitering van de OZB-tarieven afgeschaft. Wel wordt jaarlijks een macronorm door het Rijk vastgesteld, die aangeeft met hoeveel procent landelijk de OZB-opbrengst mag stijgen. Overschrijding van de macronorm wordt in mindering gebracht op de ruimte voor het daarop volgende jaar.
Het feit dat de tarieven niet gelimiteerd zijn betekent concreet dat deze een instrument van begrotingspolitiek zijn. De opbrengst van de OZB heeft dus een directe relatie met wat de gemeente met betrekking tot het voorzieningenniveau wil en wenst. In afweging van welk voorzieningenniveau men tegen welk niveau van belastingheffing in stand wil houden, uitbreiden en misschien ook wel afbouwen is bij uitstek een politiek proces. Hierbij komen aspecten als maatschappelijk draagvlak, de totale gemeentelijke belastingdruk en de relatie tot OZB tarieven in de regio met nadruk aan de orde.
Landelijk gezien daalt Krimpen aan den IJssel al enkele jaren op de ranglijst van woonlasten maar staan we nog wel in de top 100 van dure gemeenten. Regionaal gezien behoort de lastendruk tot één van de hogere.
De gemeenteraad kan bepalen hoe de lasten worden verdeeld: komen deze voor rekening van de eigenaren van woningen of juist bij de eigenaren en/of gebruikers van niet-woningen. Onze gemeente hanteert hierbij op dit moment een tariefdifferentiatie van circa 120% tussen eigenaren van woningen en niet woningen. De tariefdifferentiatie tussen het gebruikers- en eigenarendeel niet-woningen bedraagt circa 25%
De eigenaren van woningen genereren circa 63% van de totale opbrengst OZB en de eigenaren niet-woningen circa 21%, de gebruikers van niet-woningen genereren tenslotte circa 16% van de opbrengst OZB.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.1.3
Mogelijkheden
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Krimpen aan den IJssel houdende regels omtrent lokale heffingen 2019