Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 13.

Instandhoudingsbepaling

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2019

1.. Het is verboden een gemeentelijk monument of een archeologisch monument te beschadigen, te vernielen of daaraan onderhoud te onthouden dat voor de instandhouding noodzakelijk is . 2.. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag of in strijd met bij die vergunning gestelde voorschriften: a. een gemeentelijk monument of een archeologisch monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; b. een gemeentelijk monument of een archeologisch monument te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 3.. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, geldt niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. 4.. Geen vergunning voor een activiteit als bedoeld in lid 2 is nodig voor het intern wijzigen van een gemeentelijk monument, tenzij het interieur of gedeelten van het interieur van het monument in de redengevende beschrijving worden beschreven als beschermwaardig en bepalend voor de aard van het monument. 5.. Het bevoegd gezag verleent, met betrekking tot een monument met een religieuze bestemming, geen vergunning als bedoeld in het tweede lid, dan in overeenstemming met de eigenaar indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn.

Rechtspraak bij dit artikel