Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 16.

Intrekken van de omgevingsvergunning

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2019

1.. De omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend. b. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen. c. voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde voortzetting van die activiteit verzetten. d. gedurende drie jaar geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. e. de vergunninghouder daar schriftelijk om heeft verzocht. 2.. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie, respectievelijk de provinciale archeoloog.

Rechtspraak bij dit artikel