**1..** Het is verboden om in een gemeentelijk archeologisch monument, zoals bedoeld in artikel 1 onder a, of een gebied met een hoge archeologische waarde, zoals bedoeld in artikel 1 onder f, de bodem dieper dan 30 cm onder het maaiveld te verstoren.
**2..** Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien:
a. het een verstoring betreft van een gemeentelijk archeologisch monument of een gebied met hoge archeologische waarde of een gebied met archeologische verwachtingswaarde als aangegeven op de gemeentelijke FAMKE en de ingreep kleiner is dan de oppervlakte die in de desbetreffende advieszone van de gemeentelijke FAMKE wordt aangegeven;
b. in het geldend bestemmingsplan regels zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg en archeologische waarden;
c. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, Wabo en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg;
d. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een gemeentelijke archeologisch monument, een gebied met hoge archeologische waarde, of een gebied met een archeologische verwachtingswaarde als aangegeven op de gemeentelijke FAMKE;
e. een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat:
1e. het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd, of;
2e. de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad, of;
3e. in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.
HOOFDSTUK 9.
Artikel 36.
Instandhoudingsbepalingen
Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Terschelling 2019