Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 16.

Instandhoudingsbepaling

Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING

Lid 1. Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h, de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. Lid 2. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien: d. het een verstoring betreft van een archeologisch monument of een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waarden- en verwachtingenkaart, en waarbij de verstoring plaatsvindt: • in een gebied met een specifieke archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 5000 m2; • in een gebied met een gematigde archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 1000 m2; • in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 250 m2; • in een dorpskern van voor 1850 en het te verstoren gebied kleiner is dan 100 m2; • in een gebied of terrein van archeologische waarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 50 m2; e. sprake is van een lage archeologische verwachtingswaarde; f. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; g. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. h. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden, bijvoorbeeld via het aanlegvergunningenstelsel in bestemmingsplannen, die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische maatregelenkaart; i. een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: • het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of • de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of • in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel