**•.** 1. In de beschikking ter verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt.
**•.** 2. Bij het verstrekken van een voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is;
b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is;
c. hoe de voorziening wordt verstrekt, en indien van toepassing;
d. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn.
** • .** 3. Bij het verstrekken van een voorziening in de vorm van een pgb wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd:
a. voor welk resultaat het pgb moet worden aangewend;
b. wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;
c. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het pgb is bedoeld, en
d. de wijze van verantwoording van de besteding van het pgb.
Hoofdstuk 3
Artikel 9.