**•.** 1. De hoogte van een pgb-tarief voor dienstverlening, niet zijnde hulp bij het huishouden, wordt bepaald op basis van de dienstverlening die anders als zorg in natura zou zijn geleverd. Hierin onderscheidt het college de volgende onderverdeling:
a. Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een aanbieder betreft het tarief per uur of per resultaat maximaal 100% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt.
b. Als de dienstverlening wordt uitgevoerd door een zzp’er betreft het tarief per uur of per resultaat maximaal 85% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde instelling die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt;
c. De hoogte van het pgb voor dienstverlening uit het sociaal netwerk is gelijk aan:
50% van het laagste tarief per uur of per resultaat van een door de gemeente gecontracteerde instelling die een vergelijkbare vorm van dienstverlening biedt tot een maximum van € 20,- per uur of;
de maximale hoogte van de tegemoetkoming per kalendermaand voor een hulp uit het sociaal netwerk zoals opgenomen in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming of;
de tegemoetkoming per kalendermaand voor schoonmaakmiddelen, levensmiddelen, kleding of reiskosten zoals bedoeld in artikel 2ab van de Uitvoeringsregeling Wmo 2015. De tegemoetkoming wordt berekend aan de hand van de door het college vastgestelde vergoedingenlijst die waar mogelijk gebaseerd is op richtbedragen van het Nibud.
Indien het op basis van lid 1a, b of c het vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de hulp hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht.
Het college kan nadere regels stellen over de wijze waarop de hoogte van een pgb wordt vastgesteld.
2. De hoogte van een pgb-tarief voor hulp bij het huishouden wordt bepaald op basis van het geldende producttarief hulp bij het huishouden, die anders als zorg in natura zou zijn geleverd. Hierin onderscheidt het college de volgende onderverdeling:
Als de dienst wordt uitgevoerd door een aanbieder betreft het tarief maximaal 80% van het producttarief;
Als de dienst wordt uitgevoerd anders dan door een aanbieder betreft het tarief maximaal 70% van het producttarief.
HOOFDSTUK 3
Artikel 12.