Het college kan een huisvestingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van deze verordening intrekken, indien:
het huishouden de in de vergunning vermelde woonruimte niet binnen de gestelde termijn in gebruik heeft genomen;
de vergunning is verleend op grond van door de houder van de vergunning verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
HOOFDSTUK 2
Artikel 11