Onverminderd het bepaalde in artikel 2.3.3. van de regionale verordening verstrekt de aanvrager bij de aanvraag om een huisvestingsvergunning in ieder geval de volgende informatie en de volgende gegevens en bescheiden:
naam en adres van de aanvrager;
de samenstelling van het huishouden dat de woonruimte wil betrekken;
het adres van de woonruimte waar de aanvraag betrekking op heeft;
een bereidverklaring van of namens de eigenaar dat de aanvrager de woonruimte kan huren, behoudens in de gevallen, bedoeld in artikel 7:267, zesde lid 6, artikel 7:268, derde lid en artikel 7:270, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek;
een verklaring omtrent de verblijfsstatus van de aanvrager, indien deze niet de Nederlandse nationaliteit heeft.
HOOFDSTUK 2
Artikel 4