Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2

Artikel 9

Toegang tot de woningmarkt ter beperking van overlast en criminaliteit

Onderdeel van Verordening op grond van de wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek gemeente Schiedam 2019

1.. De aanvrager van een huisvestingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van deze verordening komt slechts in aanmerking voor een huisvestingsvergunning, indien op grond van het onderzoek op basis van politiegegevens, bedoeld in artikel 10a van de wet blijkt dat er geen gegrond vermoeden is, dat het huisvesten van de personen van 16 jaar en ouder die zich in de woonruimte willen huisvesten, zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in die straat. 2.. Een persoon van 16 jaar en ouder die zich op een later tijdstip bij de houder van een huisvestingsvergunning als bedoeld in het eerste lid, wil huisvesten, dient over een huisvestingsvergunning te beschikken. Zulk een huisvestingsvergunning wordt slechts verleend, indien op grond van het in het eerste lid bedoelde onderzoek blijkt, dat er geen gegrond vermoeden is dat zijn huisvesting zal leiden tot een toename van overlast of criminaliteit in de straat waarin de woonruimte van de houder van de huisvestingsvergunning is gelegen. 3.. Bij een onderzoek als bedoeld in het eerste en het tweede lid wordt uitsluitend rekening gehouden met de volgende gedragingen uit de politiegegevens: Het veroorzaken van overlast die hinderlijk of schadelijk is voor personen of een gevaar oplevert voor de veiligheid of gezondheid van personen door: Geluid of trillingen; Het plaatsen, werpen of hebben van stoffen of voorwerpen; Het verrichten van handelingen waardoor op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm, stof, stank of irriterend materiaal wordt verspreid; Vervuiling, verontreiniging of schadelijk of hinderlijk gedierte in de woning of directe omgeving ervan; Onrechtmatig gebruik van de woning; Gebruik van beledigende of discriminerende taal of uitingen jegens of intimidatie van omwonenden of bezoekers; Gewelddadigheden of openlijke geweldpleging tegen, dan wel bedreiging of mishandeling van omwonenden of bezoekers; Activiteiten die strafbaar zijn gesteld op grond van de Opiumwet in of in de omgeving van de woning; Openbare dronkenschap in de omgeving van de woning; Het plegen van vermogensdelicten met een directe relatie tot de woonomgeving; Brandstichting, vernieling en vandalisme in de omgeving van de woning; Radicaliserende, extremistische of terroristische gedragingen die strafbaar zijn gesteld op grond van het Wetboek van Strafrecht. 4.. Een onderzoek als bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 10b van de wet. Indien de in dat artikel bedoelde woonverklaring van de burgemeester negatief is, wordt de huisvestingsvergunning geweigerd, behoudens de gevallen als bedoeld in artikel 15, lid 2 van de wet. 5.. Indien aan de in het vorige lid bedoelde woonverklaring voorschriften zijn verbonden, worden deze voorschriften opgenomen in de huisvestingsvergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel