Woonoverlast is een veelvoorkomend en hardnekkig probleem, ook in Schiedam. Woonoverlast is een ingrijpende vorm van overlast die rechtstreeks het woongenot van bewoners en de leefbaarheid in wijken aantast. De aanpak van woonoverlast is daarom belangrijk. Per 1 juli 2017 is de “Wet aanpak woonoverlast” in werking getreden (Stb. 2017, 77). Daarbij is een nieuw artikel 151d Gemeentewet ingevoerd waarin de gemeenteraad aan de burgemeester de (discretionaire) bevoegdheid kan geven om specifieke gedragsaanwijzingen op te leggen aan overlastgevers in zowel huur- als koopwoningen. Deze nieuwe bevoegdheid strekt niet tot handhaving van de openbare orde, maar ziet toe op het in bestuursrechtelijke zin interveniëren in situaties van “ernstige woonoverlast”. De gemeenteraad heeft december 2017 deze bevoegdheid aan de burgemeester gegeven.
De wetgever heeft term “ernstige woonoverlast” niet nader gedefinieerd en vooral beschreven aan de hand van voorbeelden van gedragingen die te kwalificeren zijn als ernstige woonoverlast. Het betreft daarmee een enigszins vaag begrip met (in beginsel) een ruim toepassingsbereik. Vanwege het context gebonden karakter is het niet mogelijk om alle potentiële situaties van ernstige overlast op voorhand limitatief op te sommen. Ditzelfde geldt voor de wijze waarop situaties van ernstige overlast met toepassing van de bestuursdwangbevoegdheid van artikel 151d Gemeentewet effectief kunnen worden aangepakt; ook dit vergt steeds een maatwerkoplossing die zo goed mogelijk aansluit bij de individuele kenmerken en omstandigheden van het geval. In deze beleidsregel staat om die reden in hoofdlijnen beschreven in welke gevallen en onder welke voorwaarden de burgemeester gebruik zal maken van het opleggen van de bestuursrechtelijke herstelsanctie van de gedragsaanwijzing van artikel 151d Gemeentewet.