De gemeente heeft een regisserende rol in de aanpak van ernstige woonoverlast, en organiseert het noodzakelijke overleg met de personen en instanties betrokken bij de woonoverlast in de gemeenten. De gemeente heeft ook de verantwoordelijkheid voor bundeling van relevante informatie in een dossier. Voor bespreking van situaties van ernstige woonoverlast maakt de gemeente gebruik van bestaande overlegstructuren, waarbij gegevensuitwisseling geborgd is in vastgelegde afspraken. In dit overleg worden situaties van ernstige woonoverlast door een of meerdere van de betrokken partijen ingebracht, en wordt bepaald welke interventies, in welk verband en door welke instanties, zullen worden ingezet.
5.1 Stap 1: Melding ernstige woonoverlast
Signalen of meldingen van ernstige woonoverlast kunnen op diverse wijzen de gemeente bereiken. Omwonenden of anderen kunnen woonoverlast zelf rechtstreeks melden. Maar meldingen kunnen ook via de politie, de woningcorporatie, het sociaal team of een van de samenwerkingspartners van de gemeente binnenkomen.
5.2 Stap 2: Vaststelling ernstige woonoverlast & dossiervorming
Meldingen die bij de gemeente binnenkomen worden geverifieerd. Belangrijk is immers om de precieze aard en omvang van de woonoverlast vast te stellen en welke stappen al genomen zijn, om de overlast te stoppen.
Criteria voor de beoordeling van ernstige woonoverlast, en mogelijke inzet van de bevoegdheden van artikel 2:78 APV zijn:
De overlast is gerelateerd aan wonen, en levert ernstige verstoring van het woongenot;
Er is sprake van regelmatige en voortdurende overlast (minimaal 3 maanden overlast);
Er zijn meerdere klachten;
De ernstige woonoverlast kan niet met andere instrumenten tot een einde worden gebracht (andere passende en minder ingrijpende instrumenten staan niet ter beschikking, zijn tevergeefs toegepast of niet toepasbaar).
Voor deze afweging, en het vervolgtraject, is een gedegen dossier nodig, met beschrijving van o.a.
Klachten, meldingen, concreet omschreven waarnemingen, registraties en (sfeer)rapportages.
Contactgegevens van betrokken bewoner(s), omwonenden en (professionele) partijen en instanties.
Gespreksverslagen, beoordelingen en evaluaties en adviezen van bij de bestrijding van woonoverlast betrokken partijen.
5.3 Stap 3: Inventarisatie en uitvoering (andere) interventies
Na dossieropbouw zal worden bekeken welke interventies of maatregelen kunnen worden ingezet om de geconstateerde ernstige woonoverlast te de-escaleren, normaliseren en te beëindigen. Daarbij wordt uitdrukkelijk gekeken naar de mogelijkheden die bestaande wetgeving biedt.
In dit stadium is de inzet van interventies op vrijwillige basis (aantoonbaar en vastgelegd in een dossier) een gepasseerd station, en worden gedwongen interventies ingezet.
5.3.1. Maatregelen woningcorporatie (bij huurwoningen)
In geval van huurwoningen is in eerste instantie de woningcorporatie leidend in de aanpak van ernstige overlast. De woningcorporatie kan huurrechtelijke gedragsaanwijzingen opleggen. Een huurder die ernstige overlast veroorzaakt, kan een “laatste kans” aangeboden krijgen, om de overlast te staken. De huurder krijgt nog een kans om, door middel van een verplicht begeleidingstraject, zijn gedrag te veranderen. Leeft de huurder de afspraken niet na, of blijft hij overlast veroorzaken, dan kan de verhuurder verdergaande maatregelen nemen en uiteindelijk overgaan tot huisuitzetting.
5.3.2. Maatregelen bij psychische of psychiatrische aandoening
Bij veel overlastgevallen spelen psychische problemen of psychiatrische aandoeningen een rol. Overlastgevers zijn dan niet altijd redelijkerwijs aanspreekbaar op hun gedrag. De overlast moet echter wel gestopt worden, zeker als die ernstig is.
In acute gevallen kan een burgemeester op verzoek van een geneeskundige verklaring besluiten tot in bewaringstelling (IBS, gedwongen opname, Wet Bopz). In andere – minder spoedeisende - situaties kan een directbetrokkene of arts een procedure tot rechterlijke machtiging (RM) starten. Op basis van de geneeskundige verklaring bepaalt de rechter of de overlastgever gedwongen opgenomen kan worden. In situaties waarin IBS of RM niet geschikt of toepasbaar is kan een bestuursrechtelijke gedragsaanwijzing zoals verplichting tot hulpverlening een oplossing bieden.
5.3.3. Maatregelen tegen verloedering, vervuiling en brandgevaar
Overlast als gevolg van of in combinatie met een overtreding van de wet- en regelgeving op het gebied van bouwen en wonen (Woningwet, Bouwbesluit, Huisvestingswet, bestemmingsplan), kan aangepakt worden met handhaving. Er zijn diverse mogelijkheden tot het aanpakken van woonoverlast, waaronder sluiting van woningen. Sluiting van woningen of panden is toepasbaar bij zowel koopwoningen als huurwoningen.
Woningwet; artikel 1a geeft de verplichting voor de eigenaar of gebruiker van een woning om er voor te zorgen dat de staat van de woning geen gevaar oplevert voor de gezondheid of veiligheid;
Woningwet; artikel 13b (wet Victor) geeft de gemeente de bevoegdheid om van de eigenaar van een gesloten pand te verplichten het in beheer en gebruik te laten nemen door een ander. Deze verplichting kan met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom worden afgedwongen;
Woningwet; artikel 17 verleent de gemeente de bevoegdheid om een woning te sluiten indien de staat of het gebruik ervan dusdanig is dat het een bedreiging van de leefbaarheid of een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid tot gevolg heeft;
Gemeentewet; artikel 174a (Wet Victoria) geeft de bevoegdheid tot sluiting van een woning bij ernstige overlast rond de woning als gevolg van gedragingen in de woning;
Opiumwet; artikel 13b (Wet Damocles) biedt de mogelijkheid woningen of voor het publiek toegankelijke inrichtingen te sluiten als daar sprake is van drugshandel;
5.3.4. Maatregelen uit overige wettelijke kaders Voorbeelden van andere wettelijke kaders, in te zetten bij vormen van woonoverlast:
Naast de hierboven beschreven mogelijke interventies door hogere wetgeving, beschrijft de Algemene Plaatselijke Verordening een aantal lokale bepalingen ten aanzien van diverse vormen van aan wonen verbonden overlast, zoals:
Artikel 2.59; betreffende gevaarlijke honden (o.a. muilkorfverplichting);
Artikel 2.60; betreffende overlast dieren;
Artikel 4.13; betreffende opslag afvalstoffen.
Wet tijdelijk huisverbod; de wet die o.a. bepaalt dat een pleger van huiselijk geweld in een bepaalde tijd zijn of haar woning niet meer in mag.
5.4. Stap 4: Inzet bevoegdheden artikel 2:78 APV
Als blijkt dat de stappen op vrijwillige basis, de bevoegdheden van de woningcorporatie en andere wettelijke kaders niet afdoende of toepasbaar zijn voor de specifieke situatie, kan de burgemeester besluiten tot inzetten van bevoegdheden op grond van artikel 2:78 APV (artikel 151d Gemeentewet).
5.4.1. Juridische procedure
De eerste stap daarbij is het afgeven van een op schrift gestelde ‘bestuurlijke waarschuwing’ van de burgemeester. In deze waarschuwing wordt gewezen op de bevoegdheid van de burgemeester tot het geven van een gedragsaanwijzing, staat beschreven wat de overlastgever moet doen of juist moet nalaten, zodat de overlast ophoudt, en de dwangsom die opgelegd wordt dan wel bestuursdwang die toegepast wordt indien de overlast niet ophoudt.
Indien ook deze stap niet tot het gewenste resultaat leidt, besluit de burgemeester tot al dan niet opleggen van een gedragsaanwijzing met een last. In beginsel zal gekozen worden voor een last onder dwangsom. In de last wordt exact omschreven wat van de betrokken overlastgever wordt verwacht, welke begunstigingstermijn daarvoor geldt en wat de gevolgen zijn bij het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de opgelegde last. De last zal zijn afgestemd op de aard van de overtreding en op de individuele omstandigheden van het geval.
Bij deze stap zal de betrokken bewoner als belanghebbende op grond van artikel 4:8 van de Awb in de gelegenheid worden gesteld zijn zienswijze rondom het opleggen van de gedragsaanwijzing naar voren te brengen. Hierbij zal standaard een begunstigingstermijn van twee weken worden aangehouden, waarvan in bijzondere gevallen kan worden afgeweken.
Bij het opleggen van een gedragsaanwijzing (last) kan onder andere worden gedacht aan het verwijderen van bezoekers uit de woning, het aanbrengen van geluidwerende vloerbedekking, het verwijderen van geluidsapparatuur, het in beslag nemen van huisdieren, het verwijderen van vuilnis, enzovoorts. Het moet in het vermogen van de betrokkene liggen om de hinderlijke gedragingen te beëindigen.
In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld als direct optreden van overheidswege nodig wordt geacht, of wanneer op voorhand duidelijk is dat een last onder dwangsom niet of niet voldoende effectief zal zijn, kan direct worden gekozen voor het daadwerkelijk toepassen van bestuursdwang.
5.4.2. Criteria voor de maatregelen of gedragsaanwijzingen artikel 2:78 APV
De opgelegde maatregelen of gedragsaanwijzingen zijn toegesneden op de kenmerken van het individuele geval, en sluiten qua aard en intensiteit zo goed mogelijk aan bij de aard en de ernst van de overtreding van de zorgplicht.
Het moet in het vermogen van de betrokkene liggen om de hinderlijke gedragingen te beëindigen. Ook moet het in diens vermogen liggen om aan de eventueel opgelegde last te kunnen voldoen.
Bij het opleggen van een last onder dwangsom wordt rekening gehouden met de prikkel die moet uitgaan om de opgelegde maatregel uit te voeren.
Artikel 5.