Indien het bestuursorgaan een advies aanvraagt bij het Bureau, wordt op grond van artikel 31 van de wet, de wettelijke termijn waarbinnen de beschikking dient te worden gegeven, opgeschort voor de duur van de periode die begint met de dag waarop het advies door het Bureau in behandeling wordt genomen en eindigt met de dag waarop het advies is ontvangen. Deze opschorting duurt niet langer dan acht weken met een eenmalige mogelijkheid tot verlenging van 4 weken. Het bestuursorgaan informeert betrokkene onverwijld over een verlenging zoals hiervoor genoemd.
De verlenging van de adviestermijn van het Bureau met 4 weken en eventuele tijdelijke opschorting van de adviestermijn van het Bureau in de gevallen zoals bedoeld in artikel 15 lid 2 van de wet (verzoek om aanvullende informatie door het Bureau) kan leiden tot verdere opschorting van de wettelijke beslistermijn op de beschikking.
De conclusie van het advies van het Bureau levert drie mogelijke uitkomsten op, te weten geen gevaar, mindere mate van gevaar of ernstig gevaar.
Het bestuursorgaan mag, gelet op de deskundigheid van het Bureau, in beginsel van het advies uitgaan. Het bestuursorgaan dient zich er wel van te vergewissen dat het advies en het daartoe ingestelde onderzoek naar de feiten op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen en dat de feiten de conclusies kunnen dragen.
Het bestuursorgaan dat een advies van het Bureau ontvangt, kan dit advies, conform artikel 29 van de wet, gedurende twee jaar gebruiken in relatie tot andere beslissingen.
Hoofdstuk
Artikel 3.3
Adviestermijn
Onderdeel van Bibob beleidsregel subsidies ’s-Hertogenbosch 2019