Bij subsidies tot € 50.000 dient de subsidieontvanger, uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag tot vaststelling bevat:
een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). Uit het financieel verslag komt duidelijk naar voren welk budget besteed is aan:
Peuteropvang vroegschoolse educatie
Reguliere peuteropvang
Kwaliteitsimpuls VVE (scholing en VVE programma’s)
Verlengde peuteropvang
Uitzonderingen behorende bij artikel 4.5
Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger, uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag tot vaststelling bevat:
Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;
een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). Uit het financieel verslag komt duidelijk naar voren welk budget besteed is aan:
Peuteropvang vroegschoolse educatie
Reguliere peuteropvang
Kwaliteitsimpuls VVE (scholing en VVE programma’s)
Verlengde peuteropvang
Uitzonderingen behorende bij artikel 4.5
Een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en
Een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant
Alle ontvangen subsidies genoemd onder artikel 4 worden gebundeld in de aanvraag tot vaststelling.