Naar hoofdinhoud

Artikel 11.

Verantwoording

Onderdeel van Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen 2020

Bij subsidies tot € 50.000 dient de subsidieontvanger, uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag tot vaststelling bevat: een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). Uit het financieel verslag komt duidelijk naar voren welk budget besteed is aan: Peuteropvang vroegschoolse educatie Reguliere peuteropvang Kwaliteitsimpuls VVE (scholing en VVE programma’s) Verlengde peuteropvang Uitzonderingen behorende bij artikel 4.5 Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger, uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in. Deze aanvraag tot vaststelling bevat: Een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). Uit het financieel verslag komt duidelijk naar voren welk budget besteed is aan: Peuteropvang vroegschoolse educatie Reguliere peuteropvang Kwaliteitsimpuls VVE (scholing en VVE programma’s) Verlengde peuteropvang Uitzonderingen behorende bij artikel 4.5 Een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en Een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant Alle ontvangen subsidies genoemd onder artikel 4 worden gebundeld in de aanvraag tot vaststelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel