Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Subsidiabele activiteiten

Onderdeel van Subsidieregeling voorschoolse voorzieningen 2020

Een aanbod van minimaal 8 uur per week peuteropvang aan peuters van ouders aantoonbaar zonder recht op kinderopvangtoeslag- waarbij de gemeente maximaal 8 uur per week subsidieert. Een aanbod van minimaal 16 uur per week VE peuteropvang aan doelgroep peuters van zowel ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag als ouders met recht op kinderopvangtoeslag – waarbij de gemeente maximaal 16 uur per week subsidieert. Subsidie ten behoeve van een kwaliteitsimpuls. Hieronder vallen scholingskosten VVE en VVE gerelateerde programma’s. De verleende subsidie kan ingezet worden om een peuter die maximaal 3 weken voor de vakantie vier jaar wordt, tot aan de vakantie te laten overbruggen om continuïteit te waarborgen voor het kind. De verleende subsidie kan bij uitzondering en deels ingezet worden om een peuter na zijn/haar vierde verjaardag langer op de peuteropvang te laten. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: Er is geen sprake van kinderopvangtoeslag (deze loopt door tot het kind start in het basisonderwijs) Er is sprake van een speciale zorgbehoefte waardoor het kind nog niet kan starten op het primair onderwijs. De zorgbehoefte is door een professional in beeld gebracht. De mogelijkheid van een Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt in kaart gebracht De onderwijsinstelling heeft een zorgplicht voor aangemelde kinderen. De peuteropvang maakt samen met ouders, school en andere betrokken professionals een plan rondom het kind. (wat heeft het kind nodig om wel te kunnen starten in het primair onderwijs, wordt er extra zorg/begeleiding om het kind heen georganiseerd, hoe lang blijft het kind op de peuteropvang, hoe wordt de financiering vormgegeven.) De gemeente wordt geïnformeerd bij het gebruik maken van deze uitzondering.

Rechtspraak bij dit artikel