Indien niet conflicterend met het nieuwe inzamelsysteem vindt de afvalinzameling plaats in de huidige inzamelmiddelen. Voor bestaande aansluitingen waar de in gebruik zijnde inzamelmiddelen niet geschikt zijn of bij nieuwe aansluitingen gelden voor het toekennen van inzamelmiddelen de onderstaande richtlijnen. Uitgangspunten hierbij zijn:
het afval per adres traceerbaar moet zijn
een op adres toegewezen inzamelmiddel moet kunnen afgeschermd worden voor gebruik door derden.
Er wordt onderscheid gemaakt in de onderstaande woontypes:
Type 1 Flats en woningen met kelder of berging die groter is dan 4 m2 met als voorwaarde dat:
deze ruimtes vrij toegankelijk zijn (geen obstakels of trappen);
deze ruimtes niet rechtstreeks in verbinding staat met een centraal trappenhuis;
deze ruimtes bereikbaar zijn via een gescheiden ingang (niet via de woning, voordeur).
Type 2 Flats zonder kelder, tuin, garage of berging. Flats en woningen waarbij de kelder, berging vrij toegankelijk is en groter dan 4m2 is maar waarbij deze in rechtstreekse verbinding met het trappenhuis staat.
Type 3 Woningen zonder kelder, tuin, garage of berging of woningen met een berging, kelder of tuin maar deze niet toegankelijk zijn voor minicontainers (geen gescheiden ingang, trappen of andere obstakels).
Type 4 Type 3 in een winkelgebied of waar geen verzamelcontainer staat of bij locaties waar het trottoir te smal is voor een mini cocon. Dit wil zeggen dat minimaal een breedte moet overblijven voor doorgang van rolstoelgebruikers (minimale breedte van 90 cm).
Mini containers
ondergrondse Restafval
Gekenmerkte huisvuilzak
Voorkeursvolgorde
1
2
3
Type 1
X
Type 2
X
Type 3
X
Type 4
X
Artikel 8.