Het recht om een standplaatsvergunning in te nemen is vastgelegd in de vergunning.
De plicht is om te voldoen aan de in de vergunning gestelde voorschriften.
Dit geldt ook voor de aanwezigheid van de vergunninghouder.
Naast vakantie of ziekte wordt het redelijk geacht te verlangen dat een vergunninghouder ten minste 40 weken per jaar gebruik maakt van de verleende vergunning. In het geval dat een toegekende standplaats zonder opgaaf van reden minder dan 40 weken per jaar wordt ingenomen, kan het recht op deze standplaats vervallen.
Als er vanwege ziekte of andere dringende reden de standplaats niet wordt ingenomen, dan is de vergunninghouder verplicht dit te melden bij de gemeente. De vergunninghouder kan zich dan tijdelijk laten vervangen door een echtgenoot/echtgenote of geregistreerd partner, een kind van de vergunninghouder of een medewerker die bij de vergunninghouder in loondienst is.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.8
Aanwezigheidsverplichting vergunningshouders (vaste standplaatsen)
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsen gemeente Venray