Naar hoofdinhoud
1.. De cliëntenraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig samengesteld dat deze een afspiegeling is van diversiteit van de bij de uitvoering van de Participatiewet betrokken personen. 2.. De leden van de cliëntenraad kunnen zijn cliënten en/of hun vertegenwoordigers en vertegenwoordigers namens maatschappelijke- en/of belangenorganisaties die zich inzetten voor cliënten. 3.. Uitgaande van het bovenstaande bestaat de raad uit maximaal elf leden en een onafhankelijk voorzitter. 4.. Alle leden worden benoemd door de cliëntenraad. 5.. De cliëntenraad kiest uit haar midden een vicevoorzitter. 6.. Voorafgaand aan de benoeming van de leden vindt een proefperiode plaats van zes aaneengesloten vergaderingen. De proefperiode van de voorzitter bedraagt drie aaneengesloten vergaderingen. 7.. De voordracht van leden uit de doelgroep geschiedt door de cliëntenraad en/of de RSD. 8.. Bij vervulling van een vacature wordt iedere cliënt in de gelegenheid gesteld zich kandidaat te stellen. 9.. De voordracht van leden namens maatschappelijke- en/of belangenorganisaties is voorbehouden aan deze organisaties. Bij vacatures voorzien zij zelf in vervulling hiervan. 10.. De zittingsduur van de voorzitter bedraagt drie jaar. Dit kan éénmaal met dezelfde duur verlengd worden. 11.. De zittingsduur van vertegenwoordigers namens maatschappelijke- en/of belangenorganisaties bedraagt vier jaar. Na een zittingsperiode zijn aftredende vertegenwoordigers van deze organisaties aansluitend meermalen opnieuw benoembaar voor 4 jaar. 12.. De zittingsduur van de overige leden is, behoudens tussentijds aftreden, vier jaar. Dit kan éénmaal met een termijn van vier jaar verlengd worden. 13.. De zittingsduur van de voorzitter en alle leden van de cliëntenraad wordt vastgelegd in een rooster van aftreden. Het aftreden is in overeenstemming met dit rooster maar wel zo dat voorkomen wordt dat de cliëntenraad in één keer vervangen moet worden. 14.. Het lidmaatschap eindigt: Indien een lid daar zelf om verzoekt; Bij overlijden; Indien een lid niet meer behoort tot de doelgroep van deze verordening; Indien een organisatie bedoeld in artikel 3 lid 2 zich terug trekt uit de cliëntenraad en/of in gebreke blijft bij vertegenwoordiging van de doelgroep; Indien een lid niet langer meer actief is bij een maatschappelijke organisatie; Indien de cliëntenraad, om welke redenen dan ook, haar werkzaamheden beëindigt. 15.. De cliëntenraad kan een lid, ongeacht zijn functie, schorsen, van zijn functie ontheffen, dan wel diens benoeming intrekken na hoor en wederhoor en indien een meerderheid van 2/3 van de leden hiermee instemt. 16.. Het lidmaatschap van de cliëntenraad is van geen enkele invloed op de behandeling van de cliënt door medewerkers van de RSD en/of de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel