Naar hoofdinhoud
1.. Het college neemt binnen zeven werkdagen telefonisch contact op met de cliënt, voor het maken van een afspraak voor een gesprek of het hebben van telefonisch contact en verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de cliënt en zijn situatie. 2.. De cliënt verschaft het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover de cliënt redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De cliënt verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. 3.. Het college brengt de cliënt op de hoogte van de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning en om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel