Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:10

Voorwerpen op of aan de weg.

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Oss 2019

Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik: a. schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. Het bevoegd bestuursorgaan kan ten aanzien van het gebruik als bedoeld onder lid 1, zoals uitstallingen of spandoeken, in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen. Het bevoegd bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het verbod. Het bevoegde bestuursorgaan kan een omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Het verbod is niet van toepassing op: a. evenementen als bedoeld in artikel 2:24; b. standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; c. terrassen als bedoeld in artikel 2:28, lid 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op (driehoeks)reclameborden, met dien verstande, dat: a. ten minste 3 weken voorafgaand aan het plaatsen van de (driehoeks)reclameborden melding is gedaan aan het bevoegd bestuursorgaan; b. de door het bevoegde bestuursorgaan gestelde algemene regels worden nageleefd. Het bevoegde bestuursorgaan kan binnen 10 werkdagen na ontvangst van de melding besluiten het plaatsen van (driehoeks)reclameborden als bedoeld in het zesde lid te verbieden, indien; a. onvoldoende informatie is verstrekt om te kunnen beoordelen of voldaan wordt aan de algemene regels als bedoeld in het zesde lid; b. de openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar komt. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet, of het Provinciaal wegenreglement. Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel