De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 juncto artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk is. Opheffing geschiedt in dat geval bij daartoe strekkende besluiten van tenminste twee derde van de colleges van de deelnemende gemeenten.
Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken.
Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld.
Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel.
Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van Veiligheidsregio Zeeland.
Het besluit tot opheffing van deze regeling wordt direct gezonden aan de deelnemende gemeenten, Gedeputeerde Staten en het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
De bestuursorganen van Veiligheidsregio Zeeland blijven ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.
Gedurende de vereffening wordt de aanduiding van de regeling aangevuld met de afkorting van “in liquidatie”, zodat het opschrift komt te luiden: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2017 i.l.”.
HOOFDSTUK 12:
Artikel 31:
Opheffing en liquidatie
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2017