De Wmo 2015 gaat uit van mensen die verantwoordelijkheid nemen voor de wijze waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven. Daarnaast mag volgens de Wmo 2015 van inwoners worden verwacht dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan. Inwoners die samen met hun naasten onvoldoende zelfredzaam zijn of tot participatie in staat, moeten een beroep kunnen doen op door de overheid georganiseerde ondersteuning. Tevens dient ondersteuning van personen met een beperking, chronisch psychisch of psychosociaal probleem erop gericht te zijn dat inwoners zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven.
Wanneer een inwoner in aanmerking wenst te komen voor ondersteuning volgens de Wmo zal allereerst beoordeeld worden of de persoon met een hulpvraag behoort tot de doelgroep van de Wmo. De begrippen (onvoldoende) zelfredzaam en (onvoldoende in staat tot) participatie zijn in de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2015 en de beleidsregels dan ook uitgewerkt tot meer concrete resultaatsvelden en afwegingskaders.