Naar hoofdinhoud
Maatschappelijke ondersteuning wordt niet langer geduid in definities van gezondheid of welzijn (zoals in de oude Wmo) maar in termen van zelfredzaamheid en participatie. Om deze begrippen praktische invulling te geven, gaat de VNG uit van een nieuwe definitie van positieve gezondheid, dat is ontwikkeld door Machteld Huber 3 Huber is lid van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding. Daarnaast werkt ze als senior onderzoeker voedselkwaliteit & gezondheid bij het Louis Blok Instituut aan een nieuwe WHO-definitie voor gezondheid.. Deze luidt als volgt: het vermogen zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Dit is een dynamische opvatting van gezondheid, gericht op een kwalitatief hoogwaardig en zinvol leven, waardoor het accent komt te liggen op basisgezondheidsvaardigheden plus het versterken van veerkracht, sociale structuur en het vermogen om regie te voeren. Bij 'kwaliteit van leven' gaat het om het functioneren op fysiek, psychisch en sociaal gebied, en om de subjectieve beleving daarvan. Dit concept geeft aan dat gezondheid slechts een onderdeel is van het hele bestaan en dat het vooral van belang is hoe iemand omgaat met beperkingen. Daarom vergt een hoogwaardig en zinvol leven voornamelijk een zekere mate van zelfredzaamheid. Het concept 'zelfregie' kennen we al van Welzijn Nieuwe Stijl en uit 4 elementen: eigenaarschap (een mens is eigenaar over zijn eigen leven en keuzes daarbinnen), eigen kracht (het vermogen om zelf te beslissen, bepaald door kennis, vaardigheden, vertrouwen en handelingsruimte), motivatie (dat wat iemand motiveert, persoonlijke waarden, een goed leven in eigen ogen) en contacten (iets betekenen voor anderen en andersom, plezier en zorgen delen). Een mooie omschrijving van 'veerkracht' is: de balans tussen draagkracht en draaglast. Veerkracht vraagt om competenties, dus om de mogelijkheden het eigen gedrag te laten resulteren in bedoelde uitkomsten en effecten. Hoewel niemand verantwoordelijk is voor het levensgeluk van een ander, kan maatschappelijke ondersteuning wel bijdragen aan het (duurzaam) welbevinden van mensen: de mate waarin iemand zich lichamelijk, geestelijk en sociaal goed voelt en tevreden is met het eigen leven. Behalve autonomie (eigen regie), competentie (veerkracht) vergt welbevinden een zekere mate van verbondenheid. Dit verwijst naar de basisbehoefte om intieme relaties met anderen te hebben. Verbondenheid is een voorwaarde voor participatie. Daarom zal maatschappelijke ondersteuning niet alleen moeten inzetten op competenties van zelfredzaamheid maar ook op het versterken van de sociale steunstructuur: de aanwezigheid van betekenisvolle sociale relaties.

Rechtspraak bij dit artikel