Naar hoofdinhoud
Deze paragraaf gaat over het thema ‘Relaties’ en betreft de ZRM-levensdomeinen Huiselijke relaties en Sociaal netwerk. De ondersteuningsvragen vanuit deze domeinen richten zich over het algemeen op de directe relaties met huisgenoten, vrienden, familie, buurtgenoten en bekenden van sociaal-culturele activiteiten. Het kan hier gaan om bijna alle cliëntgroepen voor zover ze belemmeringen ervaren bij de sociale redzaamheid, psychische functioneren, probleemgedrag en oriëntatiestoornissen, al richt resultaatveld R3 zich in het bijzonder op de cliënten met psychische/psychosociale problemen (PSY-PG). Het doel van een maatwerkvoorziening bij dit soort ondersteuningsvragen is in het algemeen dat iemand zich weet te handhaven van de mogelijkheden om zichzelf te redden in de omgang met anderen en daarmee betekenis te geven aan het dagelijks leven. Deze doelstelling kan vertaald worden naar de resultaatvelden (R1) sociale contacten onderhouden en deelnemen aan activiteiten, (R2) omgaan met beperkingen in de sociale redzaamheid en zelfregie en (R3) zich met behulp van anderen handhaven in het dagelijks leven. > R1 sociale contacten onderhouden en deelnemen aan activiteiten Dit resultaat kan voor alle doelgroepen worden ingezet (ALLE) voor zover de sociale redzaamheid, het psychische functioneren, probleemgedrag en/of oriëntatiestoornissen dusdanige beperkingen opleggen dat dit niet op gebruikelijke wijze of met behulp van de sociale omgeving is te realiseren. Het zal doorgaans bereikt moeten worden met een mix van individuele begeleiding, belevingsgerichte dagbesteding en/of een vervoersvoorziening. Dit resultaatveld betreft meestal activiteiten die variëren in locatie, frequentie en duur zoals bezoekjes aan familie, vrienden, culturele instellingen of andere sociale, recreatieve en sportieve activiteiten. Collectief vervoer (regiotaxi) heeft hier altijd de voorkeur en wordt ook alleen als maatwerkvoorziening verstrekt voor zover het normaal gebruik overstijgt. Zoals eerder al is aangegeven valt de rolstoel voor incidenteel gebruik niet onder de Wmo. Zie verder 'verplaatsen'. Als de beperking alleen reizen en deelname aan de activiteit niet mogelijk maakt dan kan hiervoor in de maatwerkvoorziening individuele begeleiding worden opgenomen. Individuele begeleiding algemeen kan ondersteuning bieden in de organisatie van sociale, culturele en maatschappelijke activiteiten, zich daar een weg vinden en onderhouden met andere mensen. Bij ernstige en complexe beperkingen is deelname aan het normale sociale leven zo ingewikkeld, zelfs niet prettig voor de cliënt, dat het veel zinvoller is om regelmatig aan belevingsgerichte dagbesteding te doen. Het college heeft geen resultaatsplicht voor topsportvoorzieningen. Speciale sportvoorzieningen om sport op topniveau te bedrijven, dienen uit eigen middelen, fondsenwerving of sponsoring te worden gefinancierd. Dit laat onverlet dat een topsporter eventueel wel in aanmerking kan komen voor een reguliere sportvoorziening, die voldoende geschikt is om sport te kunnen beoefenen op een lager niveau. Sporten is namelijk een belangrijk middel tot participatie. Wanneer het voor de cliënt zonder sporthulpmiddel niet mogelijk is om een sport te beoefenen en de kosten hiervoor aanzienlijk hoger zijn -dan de gebruikelijke kosten die een persoon zonder beperkingen heeft voor dezelfde (of een vergelijkbare) sport-, kan een sportvoorziening worden verstrekt. Dat kan een sportrolstoel zijn. De ervaring leert wel dat sportclubs, sponsors of fondsen vaak bereid zijn een deel van de kosten te vergoeden. Bovendien kost sporten zonder beperking ook geld dus mag van de aanvrager zelf ook worden verwachten dat hij een deel van de kosten draagt. > R2 omgaan met beperkingen in de sociale redzaamheid en zelfregie Dit resultaat kan voor alle doelgroepen worden ingezet (ALLE). Om het te bereiken kan individuele begeleiding worden ingezet. In het algemeen voldoet dan de reguliere begeleiding (BGI ALG). In situaties waar extra beschikbaarheid, inzet of deskundigheid nodig is, kan echter de intensieve individuele begeleiding worden ingezet. Bijvoorbeeld bij volledige beschikbaarheid (ook BGI ALG) of bij beperkingen als gevolg van niet-aangeboren hersenletsel (BGI plus NAH). Individuele begeleiding algemeen biedt activiteiten aan cliënten met matige/zware somatische (SOM), psychiatrische (PSY), psychogeriatrische (PG), verstandelijke (VG) of lichamelijke (LG) beperkingen. Deze begeleiding is gericht op bevordering, behoud of compensatie van de sociale zelfredzaamheid en die strekken tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing. Het ondersteunt bijvoorbeeld bij tekortschietende vaardigheden in het dagelijks leven door herhaling en methodische interventie. Maar ook in het zoeken van een zinvolle dagbesteding en aangaan van sociale contacten. Bij de zwaardere beperkingen gaat het zelfs om de begeleiding bij basale communicatie: zichzelf uitdrukken en begrijpen wat anderen zeggen. Ook is er dan meestal ondersteuning nodig bij de regie op dagelijkse bezigheden, zelfs het initiëren en uitvoeren van eenvoudige taken. In de begeleiding van cliënten met een chronische vorm van niet-aangeboren hersenletsel (NAH) is er daarnaast nog aandacht voor het zelfregelend vermogen (organisatie van taken en communicatie) en sociaal-emotionele problematiek. Ook begeleiding op het raakvlak met persoonlijke verzorging en bij een noodzaak van frequent oproepbare zorg is vaak intensiever dan het reguliere aanbod. De doelgroepen PG en SOM 65+ ontvangen gemiddeld in totaal (dus niet alleen dit resultaatveld) 1 à 2 uur individuele begeleiding per week. Voor de doelgroepen LG, SOM 0-64 en PSY kan dit oplopen tot 4 uur en voor de doelgroep VG zelfs tot 7 uur per week. Dit is alleen relevant voor de intensieve begeleiding aangezien de reguliere begeleiding op resultaat (per periode) wordt ingekocht. > R3 zich met behulp van anderen handhaven in het dagelijks leven Dit resultaat richt zich in het bijzonder op cliënten in de geestelijke gezondheidszorg, psychiatrie en verslavingszorg (PSY-PG). Cliënten die kampen met langdurig tekortschietende zelfregie over het dagelijkse leven hebben niet genoeg aan algemene individuele begeleiding. Voor deze doelgroep bestaan specifieke programma's die vooral gericht zijn op handhaven en soms ook activerende elementen bevatten. In die gevallen is er een combinatie met de individuele activering (ook BGI plus GGZ) bij resultaatveld M3. Het doel van individuele begeleiding handhaving PSY is om de cliënt te ondersteunen bij het behoud van zijn regie over de dagelijkse bezigheden, het nemen van besluiten en organiseren van taken. Hierbij is ook aandacht voor communicatie, sociale relaties en persoonlijke zorg. Al deze zaken schieten vaak tekort als gevolg van matige/zware (invaliderende) beperkingen in de sociale redzaamheid die samenhangen met langdurige psychische stoornissen.

Rechtspraak bij dit artikel