Indien diverse soorten reclame-uitingen binnen hetzelfde wegvak worden geplaatst geldt een minimale tussenafstand voor het plaatsen van deze reclame-uitingen. De onderlinge afstand tussen diverse soorten reclame-uitingen moet in het binnenstedelijk gebied tenminste 50 meter bedragen. In het gebied buiten de bebouwde kom gebied wordt deze norm op 250 meter gesteld. Dit geldt niet voor A0-reclame aan lichtmasten en lichtmastreclamebakken. Deze mogen aan dezelfde lichtmast bevestigd worden.
Voor reclame in de openbare ruimte gelden nog een aantal aanvullende specifieke toetsingscriteria om reclame al dan niet toe te staan (zie bijlage 1). Ook is een keuze gemaakt in welke gebieden we deze vormen van reclame toestaan en is tevens per reclamesoort een maximum plaatsbaar aantal voor de gehele stad opgenomen (zie bijlage 2) 1 .Recente jurisprudentie aangaande het niet mogen beperken van vergunningen voor concessies zou hier in de toekomst van invloed kunnen zijn, waardoor dit systeem mogelijk heroverwogen moet worden.
Artikel 3.2.1