**1..** Burgers kunnen in de vergadering het woord voeren over geagendeerde, dan wel niet-geagendeerde onderwerpen.
**2..** Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar of (hoger) beroep openstaat den wel waartegen bezwaar of (hoger) beroep is ingesteld;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht op grond van artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
**3..** Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk 36 uur voor aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, e-mailadres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
**4..** De commissievoorzitter geeft het woord op indeling van onderwerp, daarbinnen op volgorde van aanmelding. Hij kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**5..** Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord.
**6..** De spreker voert het woord, nadat de commissievoorzitter hem dit heeft verleend.
**7..** De spreker kan zijn inbreng ondersteunen met audiovisuele middelen.
**8..** Nadat de spreker zijn inbreng heeft geleverd, kunnen de commissieleden nadere vragen aan hem stellen.
**9..** In vervolg op de vergadering, bepaalt het presidium van de gemeenteraad op welke manier de inbreng van de burger verder wordt behandeld.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.
Artikel 12.