Naar hoofdinhoud
In deze verordening wordt verstaan onder: bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente Berkelland, vastgesteld ingevolge artikel 4.1 sub a van de Wet natuurbescherming; beeld- en sfeer bepalend: houtopstand die een vanzelfsprekende relatie heeft met zijn omgeving, bepalend voor het straatbeeld; bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bijzondere boom: boom, opgenomen in de lijst Bijzondere bomen en –groene structuren, welke lijst als bijlage onderdeel uitmaakt van het “Bomenbeleidsplan. ‘Bijzondere’ bomen in Berkelland”; bijzondere groei- of snoeivorm: houtopstand waaraan extra zorg is besteed, bijvoorbeeld gekandelaberde, geknotte of geleide bomen of een houtopstand met een spontane afwijkende groeivorm. Hoogstam fruitbomen worden hier ook toe gerekend; bijzondere groene structuur: een houtopstand, opgenomen in de lijst Bijzondere bomen en –groene structuren, welke lijst als bijlage onderdeel uitmaakt van het “Bomenbeleidsplan. ‘Bijzondere’ bomen in Berkelland”; boom: een houtachtig, overblijvend gewas, zowel vitaal als afgestorven, met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1,3 meter hoogte. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam; boomkundig waardevol: bijzondere houtopstand vanwege de zeldzaamheid van de soort of de variëteit; boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen; cultuurhistorisch waardevol: houtopstanden die een historische binding hebben met hun standplaats of verwijzen naar een historische functie of structuur; dunning: vellen dat geschiedt als verzorgingsmaatregel ter bevordering van de groei van de overblijvende houtopstand. Geconcretiseerd houdt dit in: het kappen van bomen ter bevordering van de ontwikkeling van de bomen die blijven staan. Hierbij mogen de onderlinge kroonafstanden niet groter worden dan de ruimte die de bomen binnen 3 jaar weer kunnen dichtgroeien. Binnen de houtopstand mogen ook 1 of meer grotere ruimtes worden gekapt. Voorwaarde is dat het totaal hiervan niet meer bedraagt dan 10% van de oppervlakte van de gehele houtopstand. Bij dunning worden open plekken alleen geaccepteerd als het om bospercelen gaat die breder zijn dan 30 meter. De onderlinge boomruimte mag hierbij niet groter zijn dan 1,5 keer de lengte van de overblijvende houtopstand (dus: 1,5 keer de hoogte van de houtopstand).De open ruimtes mogen niet direct aan de rand van het bos worden gemaakt. En de open ruimtes moeten worden gemaakt vanuit het oogpunt van bosbouwkundig beheer. Dat wil zeggen dat de handeling gericht moet zijn op natuurlijke verjonging en om meer structuur in het bos te krijgen. Er mogen geen handelingen worden verricht die deze natuurlijke processen tegengaan; erf: een perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen om een gebouw (een woning of bedrijf) en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw. In het geval van een toegangsweg naar het gebouw is deze geen onderdeel van het erf; groepen: bomen op erven en in tuinen binnen de bebouwde kom; bomen op erven en in tuinen buiten de bebouwde kom; openbare houtopstanden binnen de bebouwde kom; houtopstanden welke meldingsplichtig zijn op grond van de Wet natuurbescherming overige houtopstanden; hakhout: het periodiek (tussen de vijf en twintig jaar) afzetten van één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn afgezet opnieuw op de stronk kunnen uitlopen; houtopstand: één of meer bomen of boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een struweel of een heg; kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met takstompen; kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand; kweekgoed: bomen die worden gekweekt met het oogmerk deze te verhandelen en dat daartoe regelmatig onderhoud aan de bomen en het terrein alsmede handelsactiviteiten plaatsvinden; monumentale houtopstanden: houtopstanden geregistreerd op door de Bomenstichting beheerde lijst van monumentale houtopstanden; rooien: het geheel verwijderen of verplanten van de houtopstand; tuin: omheind of afgeperkt stuk grond, aangrenzend aan een (woon)huis en dat is ingericht ten behoeve van het woongenot; vellen: rooien, met inbegrip van verplanten, kappen, het snoeien van de kroon of het wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen, het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen hebben.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel