Het college neemt het verslag en, indien aanwezig het persoonlijk plan, als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een individuele maatwerkvoorziening.
Een bewoner komt slechts in aanmerking voor een individuele maatwerkvoorziening,
indien naar het oordeel van het college de bewoner geen toereikende oplossing kan vinden voor de hulpvraag:
binnen de eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen, tijd en middelen (eigen kracht), waaronder in ieder wordt verstaan:
(boven) gebruikelijke hulp van de leefeenheid van de bewoner en hulp van andere personen uit het sociaal netwerk (mantelzorg);
ii. Het aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten
door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of algemene voorzieningen en/of vrijwilligers en/of andere voorzieningen.
Een individuele maatwerkvoorziening blijft achterwege indien de voorziening voorzienbaar was en van de bewoner redelijkerwijs verwacht kon worden maatregelen te hebben getroffen die de ondersteuningsvraag overbodig had gemaakt.
Als een individuele maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven en niet meer veilig en doeltreffend te gebruiken is,
tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de bewoner zijn toe te rekenen;
tenzij de bewoner geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of
als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de bewoner aan maatschappelijke ondersteuning.
Als een individuele maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate voorziening.
Artikel 10.
Criteria voor een individuele maatwerkvoorziening
Onderdeel van Verordening Wmo 2019-2 gemeente Leeuwarden