Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Algemene bepalingen bij PGB

Onderdeel van Financieel Besluit Wmo 2019-2 gemeente Leeuwarden

Indien de gebruiksduur van de voorziening waarvoor een PGB is verstrekt nog niet is verstreken kan een (aanvullend) PGB worden verstrekt in de volgende situaties: er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maken en/of er is sprake van een calamiteit die de bewoner niet is te verwijten. Indien een bewoner een voorziening middels PGB heeft en de voorziening niet meer gebruikt in de gemeente Leeuwarden, dient de bewoner of de nabestaande(n) binnen een redelijke termijn de restwaarde van de voorziening aan de gemeente terug te betalen of de voorziening in te leveren bij de gemeente. De restwaarde van de nieuwwaarde van de voorziening bedoeld in lid 2 wordt berekend volgens onderstaande methodiek: 0 - < 1 jaar: 70 % 1 - < 2 jaar: 60 % 2 - < 3 jaar: 45 % 3 - < 4 jaar: 35 % 4 - < 5 jaar: 25 % 5 - < 6 jaar: 15 % 6 - < 7 jaar: 5 % Indien de bewoner met een PGB-voorziening deze voorziening binnen de afschrijvingstermijn van 7 jaar niet meer gebruikt, omdat deze niet meer adequaat is, wordt de restwaarde van de voorziening verrekend met een eventueel nieuw toe te kennen PGB. De restwaarde van de voorziening wordt berekend volgens de afschrijvingsmethodiek zoals verwoord in lid 3. Het PGB voor de instandhoudingskosten wordt verrekend voor de nog niet verstreken termijn. Bij een woningaanpassing in de vorm van vervanging van een keuken en natte cel wordt de hoogte van een PGB volgens onderstaande methodiek berekend: 0 - < 5 jaar: 100 % 5 - < 10 jaar: 75 % 10 - < 15 jaar: 50 % 15 - < 20 jaar: 25 % >20 jaar: 0% (in verband met economische afschrijving)

Rechtspraak bij dit artikel